Het was geen uitvinding van Ewald of zijn vader Lodewijk Marggraff dat grond beter rendeerde zonder gebouwen met bewoners dan met woningen. Dat was een ervaring die al door eerdere generaties Marggraff was opgedaan. Pachters en huurders zijn lastpakken: zo lezen we in een artikel dat is gemaakt door Wim van der Heijden (1926-2005) voor het heemkunde-tijdschrift Rondom de Plaets over de Marggraffs en Berlicum, een dorp onder de rook van Nuland.

Wim van der Heijden beschijft hoe de eerste Ludwig Marggraff in Berlicum belandde als koopman die laken, voering en knopen verkocht waarmee de lokale kleermaker een uniform maakte voor de dorpsdiender. Dat was ergens in 1760. Onwillekeurig moeten we aan Bromsnor en Malle Pietje denken. De burgemeester is dan nog niet in zicht.

Niet veel later wordt een Marggraff koningsbede ofwel belastinginner. Dat was destijds een risicodragend beroep, want de belasting die niet geïnd werd, was voor rekening van de bede. Een ander woord voor bede was destijds burgemeester. Eigenlijk een ambtelijke bedelaar dus. Om belastinginner te mogen worden, moest je bieden voor het ambt. In het katholieke Brabant gingen zulke functies naar protestanten. De Marggraffs waren lutheranen, afkomstig uit Duitsland. Daar konden de noordelijke lage landen op rekenen.

Weembergse Hoeve

Enkele decennia later duikt de naam weer op, maar is de Marggraff een vrederechter uit Den Bosch. Deze Johan Christoffel Marggraff (getrouwd met Wilhelmina Glockmann – een achternaam die we in het familiewapen terugzien) is eigenaar van een boerderij aan de Werstkant 12 en circa 8 hectare bouwland. Eigenlijk is deze Weembergse Hoeve in 1806 gekocht door zijn moeder, Anna Maria Steuerwald. In 1944 brandt de hoeve af bij de bevrijding. Later wordt een nieuwe boerderij gebouwd op dezelfde plek door de instantie Wederopbouw Boerderijen.

Dat herstel is niet op initiatief van de Marggraffs, want daarvan was al in de 19e eeuw bekend dat ze geen onderhoud pleegden aan hun bezit. Zo worden kosten bespaard. Scheelt ook gedoe met bewoners. In 1855 wordt de boerderij op Werstkant 14 toegevoegd aan het bezit en tien jaar later volgt Werstkant 16a. In 1886 dat het verwaarloosde pand gesloopt. Aan de overkant staat een huisje van dennenhout, plaggen en stro. Dat wordt in 1848 verkocht aan de Marggraffs. In 1934 wordt deze plaggenhut onbewoonbaar verklaard en afgebroken.

Zo’n hutje hebben de Marggraffs ook gekocht aan de Hooghei 1. Het perceel wordt bewerkt door de bewoners, maar als die hun vervallen huisje in 1914 verlaten, is het gedaan. Daarna laten de Marggraffs ook dat bezit verwilderen. Geen nieuwe huurders op Marggraff-gronden. Ook tegen herstel van de Loofaert 55 door Wederopbouw Boerderijen maakt Marggraff bezwaar, maar dat wordt genegeerd. Een paar jaar later wordt deze bouwval gekocht door een kleine aannemer, die er een fatsoenlijke woning van maakt.

Wolvenbos

Even verderop in Kaathoven bezitten de Marggraffs ook enkele percelen. Een groot eigendom is Wolvenbos. Daar heeft lang een boerderij gestaan die eind 20e eeuw vervallen is tot een ruïne – zie gekopieerd artikel uit Brabants Dagblad van voorjaar 1994. Frits Bevort had overeenstemming bereikt met de provincie en betrokken gemeenten om op dit domein een aantal woningen te bouwen. De Marggraff Stichting was toestemming gegeven om tien percelen te bebouwen. Rood voor groen!

Er is zelfs enige tijd een groep actief geweest die er een gezamenlijk bouw- en woonproject van wilde maken. Daar gaan we binnenkort eens mee praten.

De naam Wolvenbos is geen toevallige keuze. Tot ver in de 18e eeuw waren wolven een probleem in deze streek. Rond Nuland, Vinkel en Kaathoven werd vaak op wolven gejaagd. Een andere naam voor dit perceel was ook Peterselieveldeke. Klinkt een stuk sympathieker.

Zionsburg

Ook het verval van de familiewoning Zionsburg past in de genetische zuinigheid van de Marggraffs, zo blijkt uit een gesprek dat de zussen hadden met Brabants Dagblad begin 2005. Ewald bracht zijn oude dag liever in een bouwval door dan een cent teveel te betalen aan de schatkist, zo weet zijn zus Tedje die later eerst penningmeester en daarna voorzitter zou worden van de Marggraff Stichting. “Hoe meer je betaalt aan onderhoud, des te meer belasting je ook nog eens moet betalen omdat je zo goed voor de huizen zorgt.”