De familiegeschiedenis van Marggraff leidt naar het Baltisch gebied. Uit die hoek kwamen de Glockmanns (herkenbaar in het familiewapen) en de Marggraffs. Daar zijn in de historie nog landerijen te vinden waar deze families een bestaan hadden, hen toebedeeld als dank voor deelname aan veldslagen met Zweden, Russen en andere volkeren die aanspraak maakten op dit gebied. Ruiters die ridder werden. Teutoonse Ridders, dus de link met de Duitse Orde die eens op de locatie van Zionsburg een vesting had is saillant.

Deze ridders waren Pruisen die zich bekeerden tot Lutheranen. Sterke soldaten die zich lieten inhuren voor het leger van de prins en via Maastricht in Den Bosch terecht kwamen. In dat katholieke bolwerk nam het Rijk der Nederlanden graag protestanten in dienst als belastingophaler, en deze Duitse gastarbeiders stuurden hun zonen naar de universiteit zodat ze advocaat, rechter en wethouder konden worden. Lid van de gevestigde orde. Generatie op generatie waren de Marggraffs actief in de rechtspraak en als bestuurder, maar ook als bankier, verzekeraar en financier.

Gaandeweg groeide ook het bezit van de familie.

Eind 19e eeuw vinden deze Bossche notabelen hun weg naar Vught. Broer Frederik Marggraff (kortweg Frits) heeft enkele jaren gewoond in het Klein Barriertje aan de straatweg naar Eindhoven. Johan Christoffel Marggraff wordt in 1880 aangesteld als burgemeester van Vught. Hij vervult het ambt zes jaar en wordt opgevolgd door een Van Rijckevorsel. Deze Johan Christoffel bouwt het Huis Leeuwenburg in 1890. Zijn broer Johan Lodewijk heeft al in 1882 het nabijgelegen Zionsburg laten bouwen in Vlaamse neorenaissance stijl. Beide broers waren elk met een zus Harkema-Bekker getrouwd. Het huwelijk van Johan Christoffel bleef kinderloos, Johan Lodewijk kreeg een zoon en twee dochters.

Johan Christoffel kwam op 4 juni 1901 te overlijden en is begraven in Luzern. Waarschijnlijk verbleef hij in Zwitserland vanwege zijn gezondheid. Zijn weduwe Maria Elisabeth (1918) bleef echter in Vught wonen, op Leeuwenburg. Zij kreeg daar gezelschap van haar zus Jeanette (1923). Het tweetal verhuisde na het overlijden van Johan Lodewijk in 1911 naar Zionburg, om hun zus Bernardina (1936) gezelschap te houden.

Wat intrigeert is dat twee heren Marggraff in januari 1901 op reis zijn naar Sumatra, zoals blijkt uit dit krantenbericht dat verwijst naar het vertrek van het stoomschip Deli uit Singapore. Johan Christoffel is dan 69 en zijn broer Johan Lodewijk is 52. Het is mogelijk dat de laatste niet met zijn broer op stap is, maar met zoon Lodewijk die in 1901 een jaar of 22 is. Was het een vakantie of waren de heren op zoek naar investeringsmogelijkheden. En wat is er te vinden op Sumatra?

Bruynzeel en Lundi

Het woord Deli bijkt van belang, want op Sumatra was de Deli Maatschappij gevestigd. Deli handelde destijds in tabak, maar veel later na de overname van Jongeneel ook in hout- en bouwmaterialen. De merken Bruynzeel en Lundi zijn afkomstig van deze onderneming. Rond de eeuwwisseling waren er op 120.000 hectare plantages van Deli meer dan 20.000 koelies (dwangarbeiders) uit China werkzaam. De Deli Maatschappij was zeer lucratief voor zijn aandeelhouders.

Eem bekend boek is van Max Havelaar van Multatuli (Edouard Douwes Dekker), maar De Millioenen uit Deli van de Nederlandse advocaat J. van den Brand is in dit kader zeker noemenswaardig. Ook het werk van Madelon Lulofs is een aanrader. Zij schreef de koloniaal-kritische boeken Rubber, Koelie, Hongertocht en Tjoet Nja Din.

Bijgaande illustratie is een pakjesstoomboot zoals ook gebruikt tussen Singapore en Sumatra. Op bovenstaande foto uit de collectie van het Tropenmuseum zien we een gezelschap kolonisten op een afscheidsfeestje bij Deli.