In de serie Rijk van Marggraff (Brabants Dagblad – voorjaar 1994) vertelde Ewald Marggraff aan redacteur Jos van de Ven dat zijn testament de laatste wil van zijn vader Lodewijk weerspiegelt. Loke wilde dat het bezit in één hand bleef, bij voorkeur beheert door en ten behoeve van de familie. Hij gaf zijn wens door begin jaren vijftig vanuit Monaco, waar hij vanwege zijn broze gezondheid verbleef. In 1954 was Ewald de erfgenaam die drievijfde van het familiebezit kreeg, voor de vier zussen was tweevijfde beschikbaar. Ewald kocht ze uit voor honderdduizend gulden elk.

De laatste Marggraff wist in 1994 wel dat hij zelf geen nakomelingen zou krijgen. Alleen zijn jongste zus Tedje had kinderen. Voor elk was geld beschikbaar gemaakt, via een Treuhand in Liechtenstein die in opdracht van hun moeder was opgezet door Zwitserse bankiers. En dat de eigendommen naar een stichting zouden gaan, was ook in 1954 al bepaald. Veertig jaar later deed Ewald nog steeds geheimzinnig. “Zolang ik leef, zeg ik niet waar het bezit naartoe gaat. In ieder geval nooit naar de staat.”

Dat bezorgde overheden zich bemoeid hebben met de bestuurswisseling die vooraf ging aan verwerving van de ANBI-status (zoals beschreven door bestuurslid Charles de Mooij in het boekwerk dat bij de heropening van Zionsburg gepresenteerd werd) en overdracht van aanspraken van de familie aan een nieuw bestuur, zou dan ook door Ewald met argwaan beoordeeld worden. Was dat zijn bedoeling?

Ewald is nu begraven tussen de honden van de familie op Zionsburg, niet op Wilhelminapark waar hij ook een grafvergunning voor gekregen had.